Jasper kwam logeren. Alleen het horen van de naam Jasper deed mij al schudden van genoegen. Jasper betekende feest. Jasper betekende heel veel wassen. Hemden wassen, vuile sokken wassen, T-shirts wassen, vieze beddenlakens wassen en nog veel meer. Jasper kon zich heerlijk door de modder wentelen. Ook al was er nergens modder toch wist Jasper modder te vinden. Ook al was de vijver afgeschermd met een hekje, Jasper viel elke dag wel een keer in de vijver. Het ontbijtlaken zat vol met jamvlekken van Jasper. Tijdens de middag broodmaaltijd besmeurde hij zijn kleding met pindakaas. Bij het diner kreeg hij een theedoek omgeknoopt om zijn kleding te beschermen maar de theedoek en zijn kleding waren daarna stijf van geknoeide etensresten. Heerlijk, heerlijk , het bezorgde mij veel activiteit zodat mijn oude machinerie in beweging kon blijven.
Tweemaal paar jaar kwam Jasper een weekje logeren. Hij was nu een jaar of negen en een erg druk mannetje. Zijn ouders hadden het nodig om tweemaal per jaar een weekje zonder Jasper te zijn. Dan konden ze de rest van het jaar er weer tegen. Mijn mensen hadden zelf geen kinderen en waren blij dat het hen toevertrouwd was om voor Jasper te zorgen. Jasper was druk, Jasper deed altijd de verkeerde dingen, Jasper werd altijd vuil maar Jasper was lief. Als hij naar bed werd gebracht moest er eerst een verhaaltje verteld worden en daarna wilde hij stevig knuffelen. Hij bedankte zijn verzorgers voor de goede zorgen, wenste hen een goede nacht en viel als een blok in slaap. Hij herinnerde zich nooit wat hij die dag had uitgespookt.
Jasper kwam in de lente en in de herfst. Het was nu herfst. Ik wist dat doordat de tuin bezaaid was met afgevallen bladeren. Prachtig zagen ze eruit. Geel, groen, bruin, en rood in allerlei kleurnuances. Het leek buiten wel een schilderij. Vanuit mijn hoekje voor het keukenraam kon ik zien hoe de bladeren zich opstapelde tot een dikke laag glibberig kleurenpalet. Zodra Jasper in de tuin kwam dook hij in de bladeren alsof het een zwembad was. Binnen enkele seconde kleefden de bladeren aan zijn kleding, zaten er modderspatters in zijn gezicht en in zijn haar. Hij rolde door de bladeren en had reuze plezier. Ondertussen verheugde ik mij op de wasjes die dat voort zou brengen. Heerlijke bonte wasjes, niet te warm en niet te koud. Heerlijk draaien, alsmaar draaien, even centrifugeren en dan weer klaar voor de volgende was. Heerlijk!
Mijn mensen speelden met Jasper in de tuin en lieten hem de verschillende soorten bladeren zien.
Vrouwmens veegde voorzichtig een blad schoon en liet zien hoe de nerven liepen. Ook liet ze bij een oud geworden blad zien hoe het proces van veroudering verliep. De bladeren werden doorzichtig waardoor het bladskelet beter zichtbaar werd. Jasper keek vol belangstelling toe hoe een blad van de modder ontdaan opeens een heel ander uiterlijk kreeg. Jasper stortte zich op de bladeren en begon ze voorzichtig met de mouw van zijn shirt schoon te vegen. Hij bewonderde de kleuren die hij nu pas echt zag. Hij bewonderde het bladskelet dat hem iets van zijn eigen beendergestel deed begrijpen.
Mijn mensen waren het huis ingegaan om koffie te drinken. Jasper speelde tussen de bladeren en keek vol ontzag naar hen. Dat deze bladeren eens jong geweest waren zoals in de lente en dat ze nu oud waren kon hij nog maar moeizaam bevatten. Hij wilde spelen met de bladeren maar tegelijkertijd werd hij geremd door het ontzag dat hij had voor de veroudering. Hij wilde de bladeren helpen om zich in hun allermooiste gedaante te laten zien. Zijn T-shirt kon hem niet helpen want dat was al bemodderd door de bladeren die hij had schoongeveegd met zijn mouw. Hij keek om zich heen en bedacht dat hij de theedoek uit de keuken kon halen om nog meer bladeren schoon te poetsen.
Hij stapte de keuken binnen maar voordat hij bij het handdoekenrek was zag hij mij staan. Hij begon opeens te lachen en gaf mij een aai over mijn bovenkant. Lieve Sjoon riep hij triomfantelijk, lieve , lieve Sjoon, jij kan me helpen om de bladeren er op hun best uit te laten zien. Hij opende mijn deur, liep naar buiten en pakte hand vol bladeren. Mijn buik werd gevuld met bladeren in alle maten en in alle kleuren. Jasper gooide een fles shampoo, wat mijn mensvrouw in de vensterbank had laten staan en was vergeten, tussen de bladeren leeg, deed de deur dicht en zette mijn knop op lekkere warme bontewas-stand. Ik hield van Jasper, Ik was verrukt van Jasper. Het werd warm van binnen en het draaide allemaal zo heerlijk. Ik kon de bladeren horen kreunen van genoegen dat ze zo schoon werden gemaakt.
Na een half uurtje was ik klaar met mijn taak. Jasper had al die tijd met belangstelling in mijn venstertje zitten kijken. Hij trok de deur open, stak zijn hand in mijn binnenste en gaf een gil van afgrijzen.
Een bruine drab van schoon gewassen bladeren rolde uit mijn buik……………………..
Margriet Knoester- van Beek
Dordrecht, 25 oktober 2009.




